Laatste nieuws:

Nieuwe Cff‑importeisen per 23 april 2026: dit moet u weten

Vanaf 23 april 2026 gelden nieuwe Europese importeisen voor zaaizaden en jonge planten van waardplanten van Curtobacterium flaccumfaciens pv. flaccumfaciens (Cff) uit landen buiten de EU. De maatregelen volgen uit Verordening (EU) 2025/1316, die in juli 2025 in werking trad na meerdere vondsten van Cff in internationale zaadstromen.

De nieuwe regels vervangen eerdere tijdelijke maatregelen en richten zich volledig op het voorkomen van insleep via zaaizaad.

Voor welke soorten gelden de nieuwe eisen?

De importeisen gelden voor zaaizaden en jonge planten van de volgende waardplanten:

  • Phaseolus vulgaris (gewone boon)
  • Phaseolus coccineus (pronkboon)
  • Phaseolus lunatus (limaboon)
  • Glycine max (soja)
  • Vicia faba (tuinboon/veldboon)
  • Vigna angularis (azukiboon)
  • Vigna mungo (uradboon)
  • Vigna radiata (mungboon)
  • Vigna unguiculata (kousenband)

Andere zaden vallen niet onder deze nieuwe maatregelen.

Nieuwe importeisen: vier routes om aan te tonen dat materiaal vrij is van Cff

Vanaf 23 april 2026 moet elke zending voldoen aan één van de volgende eisen:

  1. Het land van herkomst is officieel vrij.
  2. Het productiegebied is officieel vrij.
  3. De productielocatie staat onder officieel toezicht en het materiaal is vrij bevonden.
  4. De partij zaaizaden is vóór export getest en vrij bevonden.

De exporteur moet aantonen via welke route is gewerkt. Dit moet worden vermeld in de Engelstalige bijschrijving op het fytosanitair certificaat.

Belangrijk:

  • Certificaten afgegeven op of na 23 april 2026 zonder bijschrijving → zending wordt geweigerd.
  • Certificaten van vóór 23 april 2026 → keurmeester wijst op de nieuwe eisen, maar weigert de zending niet.
  • Bij een ontbrekende bijschrijving moet de eigenaar een replacement aanvragen bij de NPPO van het land van herkomst.

Verplichte importcontroles

Vanaf 23 april 2026 worden de volgende soorten inspectieplichtig bij import:

  • Phaseolus lunatus
  • Vigna angularis
  • Vigna mungo
  • Vigna radiata
  • Vigna unguiculata

Deze soorten worden toegevoegd aan bijlage XI van Verordening (EU) 2019/2072.

De bestaande inspectieplicht blijft gelden voor:

  • Phaseolus vulgaris
  • Phaseolus coccineus
  • Glycine max
  • Vicia faba

Zendingen van inspectieplichtige soorten moeten worden aangemeld voor importcontrole.

Einde verplichte bemonstering bij import

Met de ingang van de nieuwe importeisen vervalt de steekproefsgewijze bemonstering van:

  • Phaseolus vulgaris
  • Phaseolus coccineus

De EU verschuift hiermee van laboratoriumbemonstering naar documentaire zekerheid via certificaat‑bijschrijvingen en inspecties.

Wat betekent dit voor uw organisatie?

  • Controleer of uw soorten onder de nieuwe eisen vallen.
  • Informeer leveranciers tijdig over de verplichte bijschrijvingen.
  • Zorg dat certificaten vanaf 23 april 2026 correct zijn opgesteld.
  • Meld inspectieplichtige zendingen aan bij import.
  • Pas interne procedures aan nu de bemonstering vervalt.

De wijzigingen zijn structureel en vragen om een zorgvuldige afstemming tussen exporteur, importeur en keuringsdiensten.

Meer informatie vindt u op de officiële website van de NVWA.

Zoekt u deskundige fytosanitaire begeleiding?

Neem vandaag nog contact op met de Vissership Fytosanitaire Servicedienst, ook voor import- en exportbegeleiding!


“Blijf op de hoogte van de laatste wijzigingen in fytosanitaire landeneisen, volledig afgestemd op uw producten!”

EU‑vernieuwing van zadenwetgeving: gevolgen voor de sector

De Europese Unie werkt aan een grote herziening van de regels voor zaden, zaailingen en ander plantmateriaal. De huidige wetgeving bestaat uit meerdere verouderde richtlijnen die niet meer aansluiten op de praktijk. Met de nieuwe PRM‑verordening wil de EU één modern, duidelijk en uniform systeem invoeren voor alle lidstaten.

Deze wijziging raakt iedereen die met zaden werkt: van kleine zaadbedrijven en webshops tot grote veredelaars, professionele telers en actieve hobbytuinders.

Waarom komt er nieuwe EU‑regelgeving?

De EU wil het systeem eenvoudiger, toekomstbestendig en beter afgestemd op de sector. Daarvoor zijn verschillende redenen:

  • de huidige regels zijn versnipperd
  • registratieprocedures zijn zwaar en kostbaar
  • biodiversiteit en klimaatadaptatie vragen meer aandacht
  • de wetgeving sluit niet goed aan op moderne veredelingstechnieken en digitalisering

De PRM‑verordening moet deze knelpunten oplossen en tegelijkertijd zorgen voor een duidelijker en efficiënter systeem.

Wat verandert er in de praktijk?

Het voorstel introduceert een helderdere indeling van plantmateriaal. Hoewel de exacte termen nog kunnen wijzigen, is de richting duidelijk: er komen verschillende niveaus van eisen, afhankelijk van het type materiaal en het gebruik.

Gecertificeerd materiaal blijft beschikbaar voor professioneel gebruik. Daarnaast blijft standaardmateriaal bestaan voor minder gereguleerde toepassingen. Verder wordt het eenvoudiger om rassen met lagere uniformiteitseisen, zoals traditionele of regionale variëteiten, op de markt te brengen. Ook materiaal met meer genetische variatie krijgt een plek binnen het systeem, waardoor bedrijven die werken met robuuste of klimaatadaptieve populaties meer mogelijkheden krijgen.

Eén digitale EU‑catalogus

Een belangrijke verandering is de digitalisering van het registratiesysteem. De EU wil één centrale catalogus waarin alle toegelaten rassen worden opgenomen. Hierdoor verdwijnen de nationale registers en wordt grensoverschrijdende handel eenvoudiger.

DUS‑testen blijven verplicht, maar moderne technieken zoals DNA‑analyse mogen het proces ondersteunen. Bovendien worden de eisen voor rassen die bedoeld zijn voor biodiversiteit of hobbygebruik versoepeld, waardoor registratie sneller en beter betaalbaar wordt.

Duidelijkere regels voor zaadruil

Het voorstel maakt een duidelijk onderscheid tussen commerciële handel en niet‑commerciële uitwisseling. De EU wil toestaan dat particulieren kleine hoeveelheden zaden met elkaar kunnen ruilen, zolang dit niet commercieel gebeurt. Voor bedrijven zorgt dit voor meer duidelijkheid: ruilen mag, verkopen zonder registratie niet.

Meer aandacht voor biodiversiteit

De EU geeft biodiversiteit een grotere rol in het nieuwe systeem. Traditionele en regionale rassen zijn belangrijk voor natuurlijke resistentie, lokale aanpassing en smaak. Daarom worden rassen met lagere uniformiteitseisen eenvoudiger toegelaten. Hierdoor ontstaan nieuwe kansen voor iedereen die werkt met oude rassen, lokale landrassen, nichegewassen of robuuste populaties.

Wat betekent dit voor de sector?

De nieuwe regels hebben gevolgen voor alle partijen die met plantmateriaal werken. In grote lijnen betekent de PRM‑verordening dat:

  • het eenvoudiger wordt om minder uniforme of traditionele rassen legaal op de markt te brengen
  • registratieprocedures sneller en toegankelijker worden
  • één EU‑catalogus de handel binnen Europa overzichtelijker maakt
  • administratieve lasten dalen door digitalisering
  • kwaliteitsnormen duidelijker en consistenter worden
  • de regels voor niet‑commerciële zaadruil helder worden vastgelegd
  • het systeem beter aansluit op moderne teelt, klimaatuitdagingen en nieuwe veredelingstechnieken

Of je nu een klein zaadbedrijf runt, een grote veredelaar bent, een webshop beheert of actief bent als teler of hobbytuinder: de nieuwe verordening zorgt voor meer transparantie, minder versnippering en meer ruimte voor diversiteit.

Wanneer gaat dit in?

De exacte datum staat nog niet vast. Het voorstel is gepubliceerd in 2023, het Europees Parlement heeft zijn positie bepaald en de onderhandelingen met de Raad lopen. De definitieve tekst wordt de komende jaren verwacht, gevolgd door een overgangsperiode. Er verandert dus nog niets direct, maar het is verstandig om de ontwikkelingen te blijven volgen.

Meer informatie vindt u op de officiële website van de Europese Commissie en in het EUR‑Lex‑document COM(2023) 414 final.

Zoekt u deskundige fytosanitaire begeleiding?

Neem vandaag nog contact op met de Vissership Fytosanitaire Servicedienst, ook voor import- en exportbegeleiding!


“Blijf op de hoogte van de laatste wijzigingen in fytosanitaire landeneisen, volledig afgestemd op uw producten!”

IPPC ePhyto bereikt 100 deelnemende landen en versterkt digitale fytosanitaire handel wereldwijd

Steeds meer landen stappen over op de digitale uitwisseling van fytosanitaire certificaten. De IPPC ePhyto‑oplossing heeft inmiddels de mijlpaal van 100 actieve landen bereikt. Daarmee ontwikkelt het systeem zich verder tot de internationale standaard voor veilig, efficiënt en betrouwbaar handelsverkeer in plantaardige producten.

De groei is duidelijk zichtbaar in de cijfers: maandelijks worden nu ongeveer 300.000 fytosanitaire certificaten digitaal uitgewisseld. Om deze toename goed te ondersteunen, werkt de IPPC aan verdere versterking van de datakwaliteit en de technische stabiliteit.

Nieuwe implementaties en internationale projecten

De IPPC ondersteunt verschillende landen bij de overstap naar ePhyto. Zo loopt er een door de Europese Commissie gefinancierd programma om de fytosanitaire handel tussen de EU en vijf Centraal‑Afrikaanse landen te digitaliseren. Dit omvat training, capaciteitsopbouw, interoperabiliteit en IT‑ondersteuning.

Daarnaast is Angola recent live gegaan met het Generic ePhyto National System (GeNS) en zijn de eerste digitale certificaten succesvol uitgewisseld. Dit markeert een belangrijke stap in de verdere uitbreiding van het wereldwijde ePhyto‑netwerk.

Verbeteringen aan Hub en GeNS

Tussen eind 2025 en begin 2026 zijn meerdere systeemupdates doorgevoerd. Deze richten zich op:

  • betere datakwaliteit en harmonisatie
  • stabielere koppelingen tussen systemen
  • verbeterde gebruikerservaring
  • meertalige ondersteuning, waaronder een Arabisch certificaatsjabloon
  • geactualiseerde referentiedata en validatieregels

Deze verbeteringen moeten zorgen voor een soepelere uitwisseling, minder foutmeldingen en een betrouwbaardere dienstverlening.

Groei

Met de uitbreiding naar 100 landen en de voortdurende technische verbeteringen wordt ePhyto wereldwijd steeds breder toegepast. Dit leidt tot snellere processen, lagere kosten en een betrouwbaardere handelsketen voor alle betrokken partijen.

Meer informatie vindt u op de officiële website van de IPPC.

Zoekt u deskundige fytosanitaire begeleiding?

Neem vandaag nog contact op met de Vissership Fytosanitaire Servicedienst, ook voor import- en exportbegeleiding!


“Blijf op de hoogte van de laatste wijzigingen in fytosanitaire landeneisen, volledig afgestemd op uw producten!”

Behandelde zaaizaden: alles wat u moet weten over etiketten en wettelijke eisen

Wie zaaizaden behandelt met een gewasbeschermingsmiddel beschermt jonge planten beter tegen ziekten en plagen. Tegelijk krijgt u te maken met duidelijke Europese en Nederlandse regels.

Deze voorschriften zorgen ervoor dat zowel professionele telers als particuliere gebruikers veilig kunnen werken met behandeld zaad en precies weten welke stoffen zijn gebruikt.

Wanneer mag u zaaizaden behandelen?

In Nederland mag u zaden alleen behandelen met gewasbeschermingsmiddelen die specifiek voor dit doel zijn toegelaten. Verkoopt u de zaden binnen de Europese Unie, dan moet het gebruikte middel bovendien in minstens één EU‑land zijn goedgekeurd. Exporteert u naar landen buiten de EU, dan gelden vaak andere etiketteringseisen. Daarom is het verstandig om altijd de lokale regelgeving van het land van bestemming te controleren.

Wat moet er op het etiket staan?

Het etiket van behandeld zaaizaad moet volledig en duidelijk zijn. Daarom vermeldt u:

  • de naam van het gewasbeschermingsmiddel in de taal van het land waar u het zaad heeft behandeld
  • de werkzame stoffen zoals ze in de toelating staan
  • de relevante waarschuwingszinnen (P‑zinnen) die aangeven hoe gebruikers veilig met het zaad omgaan
  • de risicobeperkende maatregelen (restrictiezinnen) uit het wettelijk gebruiksvoorschrift

Wanneer u de zaden in een ander EU‑land verkoopt, kunt u extra talen toevoegen zolang het om exact hetzelfde middel en dezelfde werkzame stoffen gaat.

Te weinig ruimte op het etiket?

Soms past niet alle verplichte informatie op het etiket. In dat geval mag u een aanvullend document toevoegen. Het etiket verwijst naar dit document en het document verwijst terug naar het etiket. Zo blijft alle informatie traceerbaar en compleet. Let erop dat deze bijlage uitsluitend verplichtingen bevat en geen reclame of andere commerciële inhoud.

Bij consumentenverpakkingen moet elk los zakje een eigen document krijgen. Bij professionele telers volstaat één document per doos.

Heretiketteren blijft mogelijk

Wanneer u bestaande verpakkingen gebruikt, mag u nieuwe etiketten over oude etiketten of voorbedrukte verpakkingen plakken. Zolang de informatie klopt en volledig is, voldoet u aan de regels.

Waar staan deze regels?

De wettelijke basis voor etikettering van behandeld zaaizaad staat in Verordening (EG) 1107/2009, artikel 49 lid 4. De Europese Unie werkt daarnaast aan een uitgebreider richtsnoer dat de toepassing van deze regels verder verduidelijkt.

Meer informatie vindt u op de officiële website van de NVWA.

Zoekt u deskundige fytosanitaire begeleiding?

Neem vandaag nog contact op met de Vissership Fytosanitaire Servicedienst, ook voor import- en exportbegeleiding!


“Blijf op de hoogte van de laatste wijzigingen in fytosanitaire landeneisen, volledig afgestemd op uw producten!”

Nieuwe verplichting per 6 juli 2026: volledige RNQP‑bijschrijving op fytosanitaire certificaten

De fytosanitaire regelgeving binnen de EU blijft zich ontwikkelen, en vanaf 6 juli 2026 treedt daar een belangrijke wijziging in werking.

Vanaf die datum moeten fytosanitaire certificaten voor import een volledige RNQP‑bijschrijving fytosanitair certificaat bevatten met alle relevante eisen voor gereguleerde niet‑quarantaine organismen (RNQP’s). Deze verplichting geldt als aanvulling op de al bestaande eisen voor EU‑quarantaine‑organismen (Q‑organismen).

Voor importeurs én exporteurs betekent dit dat certificaten nauwkeuriger moeten worden opgesteld. Ontbreekt de bijschrijving geheel of gedeeltelijk, of is deze onjuist, dan legt de keuringsdienst de zending vast totdat een correct vervangend certificaat is overlegd.

Wat verandert er precies?

De nieuwe verplichting geldt uitsluitend voor planten bestemd voor opplant. RNQP‑organismen reguleert de EU uitsluitend voor deze categorie. Denk hierbij aan stekken, jonge planten, zaden en ander plantmateriaal dat bedoeld is om verder te worden geteeld.

De aanvullende bijschrijvingen die vanaf 2026 verplicht worden, beschrijft EU‑verordening 2025/2249. Hiermee wordt voor import duidelijker welke RNQP‑eisen het exporterende land heeft gecontroleerd en bevestigd.

Aandachtspunten voor exporteurs in derde landen

Voor exporteurs buiten de EU is het belangrijk om tijdig te anticiperen op de nieuwe eisen. De formulering van de RNQP‑bijschrijvingen lijkt sterk op die van Q‑organismen, maar er zijn enkele nuances:

  • Voor sommige producten vereisen meerdere bijschrijvingen.
  • RNQP‑eisen zijn gekoppeld aan plantensoort, productcategorie en gebruiksdoel.
  • Voor dezelfde plantensoort kunnen verschillende eisen van toepassing zijn, afhankelijk van het doel.
    Bijvoorbeeld: zaden voor sierteelt kunnen andere RNQP‑eisen hebben dan zaden van dezelfde soort die bedoeld zijn als oliehoudend gewas of vezelgewas.

De EU publiceert hiervoor minimale bewoordingen per productcategorie (bijlage V). Daarnaast komt er, net als bij Q‑organismen, op termijn een ‘Checklist bijschrijvingen RNQP’ die exporteurs helpt bij het correct opstellen van certificaten.

Strengere documentcontrole vanaf 6 juli 2026

Vanaf de ingangsdatum controleert de keuringsdienst, zoals Naktuinbouw bij de documentcontrole of:

  • de bijschrijvingen voor Q‑organismen correct zijn, én
  • de nieuwe RNQP‑bijschrijvingen volledig en juist zijn opgenomen.

Is dit niet het geval, dan legt de keuringsdienst de zending vast. Pas wanneer een correct vervangend certificaat is overlegd én de keuringsdienst geen gereguleerde organismen aantreft, geeft zij de zending vrij.

Wat betekent dit voor bedrijven?

Voor importeurs en exporteurs in de sierteelt, boomkwekerij en groentezaden betekent deze wijziging dat:

  • certificaten nauwkeuriger moeten worden gecontroleerd vóór verzending;
  • exporteurs in derde landen tijdig moeten worden geïnformeerd over de nieuwe eisen;
  • incomplete of foutieve certificaten kunnen leiden tot vertragingen en extra kosten.

Het is daarom verstandig om nu al te beginnen met het voorbereiden van processen, documentatie en communicatie met buitenlandse leveranciers.

Meer informatie vindt u op de officiële website van de Naktuinbouw en NVWA.

Zoekt u deskundige fytosanitaire begeleiding?

Neem vandaag nog contact op met de Vissership Fytosanitaire Servicedienst, ook voor import- en exportbegeleiding!


“Blijf op de hoogte van de laatste wijzigingen in fytosanitaire landeneisen, volledig afgestemd op uw producten!”

Nieuwe CERTEX‑controle voor fytosanitaire zendingen

Het Europese systeem CERTEX controleert automatisch of er een gevalideerd CHED‑PP in TRACES aanwezig is voordat een douaneaangifte kan worden ingediend. Daardoor wordt de document controle binnen de EU verder geautomatiseerd en geharmoniseerd.

De wijziging geldt voor alle fytosanitair inspectieplichtige zendingen. Zonder gevalideerd CHED‑PP vindt geen fytosanitaire vrijgave plaats. Voor producten die alleen certificaatplichtig zijn, verandert er niets.

Belangrijke punten:

  • Het gebruik van een dummy CHED‑nummer is vanaf 2 maart niet meer toegestaan.
  • De N0003‑procedure vervalt voor fytosanitaire vrijgave.
  • Bij gedeeltelijke afkeuring rondt de NVWA het goedgekeurde deel handmatig af in TRACES.
  • Bij fouten in CLIENT of het CHED‑PP moet een vervangend CHED‑PP worden aangemaakt.
  • Extra aandacht is nodig bij zendingen via andere EU‑lidstaten, biologische producten en situaties waarin artikelregels of hoeveelheden niet overeenkomen.
  • Het aanmaken van een CHED‑PP kan soms vertraging oplopen, bijvoorbeeld door foutieve GN‑codes of traag berichtenverkeer.

Deze wijziging heeft grote impact op importprocessen. Daarom zijn een correcte en tijdige aanmelding in CLIENT én een gevalideerd CHED‑PP in TRACES vanaf 2 maart essentieel voor een soepele douaneafhandeling.

Meer informatie vindt u op de officiële website van de NVWA.

Zoekt u deskundige fytosanitaire begeleiding?

Neem vandaag nog contact op met de Vissership Fytosanitaire Servicedienst, ook voor import- en exportbegeleiding!


“Blijf op de hoogte van de laatste wijzigingen in fytosanitaire landeneisen, volledig afgestemd op uw producten!”

Wijziging in het waarmerken van fytosanitaire certificaten op afstand

Er komt een belangrijke wijziging aan in de manier waarop Naktuinbouw fytosanitaire certificaten op afstand waarmerkt.

Het proces wordt verder gestroomlijnd. Dat betekent dat de werkwijze voor het aanvragen van fytosanitaire certificaten verandert. Het doel is om sneller, duidelijker en efficiënter te werken, zodat het logistieke proces niet onnodig vertraagt.

Twee soorten processen bij waarmerken op afstand:


1. Geen onderliggende documenten nodig

Als er geen aanvullende documenten nodig zijn, blijft het proces eenvoudig. Je dient een inspectieaanvraag in op de juiste waarmerklocatie. Vervolgens beoordeelt Naktuinbouw de aanvraag op afstand en waarmerkt het certificaat zodra alles klopt.

2. Wel onderliggende documenten nodig

Soms zijn er wél documenten nodig, zoals importcertificaten of dekkingen. Tot nu toe stuurde je deze per mail, maar dat verandert per 2 maart 2026. Vanaf die datum upload je alle benodigde documenten via een digitaal formulier. Hierdoor verloopt het proces overzichtelijker en een stuk minder foutgevoelig.

Hoe verloopt de beoordeling?

Na de beoordeling ontvang je een terugkoppeling op het door jou opgegeven mailadres. Wanneer het certificaat niet kan worden gewaarmerkt, stuurt het systeem automatisch een retourmail. Je weet daardoor direct wat je moet aanpassen.

Waarom deze wijziging?

Het doel van waarmerken op afstand is om het proces sneller en efficiënter te maken. Het waarmerken gebeurt op basis van de gegevens in de aanvraag en, indien nodig, de onderliggende documenten. Door het gebruik van een digitaal formulier wordt het proces uniformer, overzichtelijker en minder foutgevoelig dan het aanleveren van documenten per mail.

Meer informatie vindt u op de officiële website van de Naktuinbouw.

Zoekt u deskundige fytosanitaire begeleiding?

Neem vandaag nog contact op met de Vissership Fytosanitaire Servicedienst, ook voor import- en exportbegeleiding!


“Blijf op de hoogte van de laatste wijzigingen in fytosanitaire landeneisen, volledig afgestemd op uw producten!”

ePhyto | eFytosanitair Certificaat

Het ePhyto wordt inmiddels door steeds meer landen actief gebruikt om fytosanitaire certificaten digitaal naar de EU te sturen.

Wat is een ePhyto en waarom wordt het steeds belangrijker?

Een ePhyto, het elektronische fytosanitaire certificaat, is de digitale variant van het traditionele papieren certificaat. Exportlanden gebruiken dit document om aan te tonen dat planten en plantaardige producten voldoen aan de fytosanitaire eisen van het importerende land. Binnen de Europese Unie worden alle ePhyto’s digitaal uitgewisseld via TRACES, het officiële EU‑platform voor certificering en importcontrole.

Derde landen mogen alleen ePhyto’s naar de EU sturen wanneer zij hiervoor toestemming hebben van de Europese Commissie. Een ePhyto is pas geldig wanneer het digitaal in TRACES is opgenomen.

Landen die ePhyto’s mogen afgeven

Steeds meer landen zijn door de EU erkend om elektronische fytosanitaire certificaten af te geven. Wanneer een land is goedgekeurd, hoeft het geen papieren certificaat meer mee te sturen. Toch is niet bij elke zending een ePhyto beschikbaar; dit verschilt per exportpartij. Als er geen ePhyto beschikbaar is, moet een gewaarmerkt papieren certificaat met natte handtekening en stempel aanwezig zijn.

Landen die ePhyto’s mogen afgeven voor export naar de EU

Angola, Argentinië, Brazilië, Chili, Colombia, Costa Rica, Dominicaanse Republiek, Egypte, Fiji, Filipijnen, Frans‑Polynesië, Guatemala, Israël, Ivoorkust, Jamaica, Jordanië, Kameroen, Kenia, Marokko, Mauritanië, Mexico, Nieuw‑Zeeland, Nigeria, Oeganda, Oekraïne, Oezbekistan, Pakistan, Panama, Peru, Rwanda, Samoa, Senegal, Sri Lanka, Togo, Tunesië, Verenigde Staten, Verenigd Koninkrijk, Verenigd Koninkrijk Schotland, Zuid‑Afrika en de vijf Franse overzeese gebieden (Guadeloupe, Martinique, Guyana, Mayotte en La Réunion).

Geen ePhyto en geen papieren certificaat?

Dan kan de zending pas worden vrijgegeven wanneer er een vervangend certificaat is aangeleverd, zoals:

  • een nieuw origineel papieren certificaat met natte handtekening en stempel
  • een print van een elektronisch certificaat waarvan de authenticiteit kan worden bevestigd (bijvoorbeeld via QR‑code of verklaring van de autoriteit)

Let op: voor zendingen die via een ander EU‑land binnenkomen en worden verlegd naar Nederland, volstaat een kopie van het papieren certificaat of een print van het elektronische certificaat, samen met het authorized for transfer CHED.PP.

ePhyto’s bij re‑export

Bij re‑export kan het nodig zijn om papieren certificaten om te zetten naar elektronische certificaten, of andersom. Welke stappen u moet nemen, hangt af van de specifieke situatie en het land van bestemming.

Meer informatie vindt u op de officiële website van de NVWA.

Zoekt u deskundige fytosanitaire begeleiding?

Neem vandaag nog contact op met de Vissership Fytosanitaire Servicedienst, ook voor import- en exportbegeleiding!


Blijf op de hoogte van de laatste wijzigingen in fytosanitaire landeneisen, volledig afgestemd op uw producten!”